Van Twents Carmellyceum tot Twents Carmel College

Locatie Lyceumstraat
Lyceumstraat 36
7572 CR Oldenzaal
T 0541-512066
KVK 41027871
BTW NL002930547B01

 

1. Identiteit

Toen in 1917 de wet op de vrijheid van onderwijs door het parlement werd aangenomen, gaf dat een extra stimulans aan de katholieke emancipatie beweging. Op diverse plaatsen kwamen er katholieke middelbare scholen. Ook in Twente werden hiertoe initiatieven genomen. Ondanks grote financiële risico's, waren de Paters Karmelieten bereid de verantwoording voor dit project op zich te nemen. In 1923 werd door hen het Twents Carmellyceum gesticht. Doel was het vormen van een katholiek Twents kader, de reden waarom op school niet alleen aandacht werd besteed aan het overdragen van kennis maar ook aan een gedegen Rooms - Katholieke vorming. Toen na de tweede wereldoorlog de ontzuiling, de ontkerkelijking en het individualisme opgeld deden, verdween deze pedagogische visie uit de school. Daarvoor in de plaats kwam een Joods christelijk en humanistische grondhouding. Deze werd gekenmerkt door aandacht voor de diverse wereldgodsdiensten, een zeer grote mate van tolerantie voor andersdenkenden en het bespreekbaar maken van waarden en normen. Dit alles geconcretiseerd in lessen levensbeschouwing, een ethische paragraaf in het profielwerkstuk en veel aandacht voor de persoon van de leerling.

 

2. Groei

Het Twents Carmellyceum (TCL) startte in 1923 met vijftig leerlingen. Na 25 jaar was dat aantal uitgegroeid tot vierhonderd en zestien. Toen begin jaren vijftig door de stichting van Carmelscholen in andere Twentse steden het aantal leerlingen in Oldenzaal terugliep, werd er in 1955 een internaat onder leiding van Pater Bouwhuis aan de school verbonden. Twaalf jaar later werd het instituut al weer opgeheven. Kostscholen hadden hun populariteit verloren en de externe democratisering van het onderwijs deed het leerlingenaantal weer groeien. De aanwas was zo sterk dat al in de zeventiger jaren het Thijcollege van het TCL werd afgesplitst. In de jaren tachtig werd echter steeds duidelijker dat regelgeving en demografische ontwikkeling het voortbestaan van de mavo's in de regio bedreigden. Fusie van scholen leek de beste oplossing. In 1993 fuseerde het TCL daarom met de Odenzaalse Plechelmusmavo. In het jaar 2000 ging men nog een stap verder en werden alle katholieke scholen voor voortgezet onderwijs in de regio samenvoegd tot het Twents Carmelcollege met locaties in Denekamp, Losser en Oldenzaal. Dit college telt nu ruim 5000 leerlingen.

 

3. Organisatie

De eerste 25 jaar werd het beleid van het TCL bepaald door de schoolleiding olv een sterke rector. Onder invloed van de democratiseringsgolf, die in de jaren zeventig door de samenleving ging, groeide de invloed van ouders en leerlingen in de school en werd een beleidsgroep personeel ingesteld, die aanvankelijk de beleidsvoorstellen van de schoolleiding kon goed - of afkeuren, maar met de invoering van de MR steeds meer het orgaan werd dat de standpunten van de docentenvertegenwoordiging in de MR voorbereidde. De MR werd het orgaan dat de uiteindelijke goedkeuring aan de beleidsvoorstellen van de schoolleiding moest geven. Door de toenemende betekenis van de MR, de fusie van de scholen voor voortgezet onderwijs in NO Twente en andere opvattingen over de wijze waarop de beleidsvorming op school moest worden vormgegeven, werd het besturingsmodel op de vaksecties vervangen door een model waarbij de afdelingsteams als klankbordgroepen voor de schoolleiding fungeerden. Beleidsvoorstellen werden aan de MR ter goedkeuring voorgelegd.

4. De Vrouw

Om zeker te zijn van voldoende leerlingen, stelden de paters vanaf het begin het lyceum open voor jongens en meisjes, maar de eerste 25 jaar bedroeg het percentage meisjes niet meer dan 25 á 30 procent. Ook in de lerarenkamer waren de dames in de eerste decennia duidelijk in de minderheid. De eerste 25 jaar accentueerde de aanwezigheid van één lerares dat de rest van het team uit paters en ongewijde mannen bestond. Vanaf eind zestiger jaren groeide het vrouwelijk aandeel in de schoolgemeenschap sterk. Nu na negentig jaar zijn de rollen bijna omgekeerd. 47% van de leerlingen is van het vrouwelijk geslacht en in de personeelskamer zijn de vrouwen in de meerderheid. Bovendien wordt de school geleid door een team dat voor de helft uit dames bestaat en wordt aangevoerd door mevrouw Jacqueline Huijsmans.

5. Onderwijs

De eerste decennia werd er op de bekende traditionele wijze lesgegeven. De leraar was koning in zijn klas. Hij bepaalde welke kennis op welke wijze aan de leerlingen werd overgedragen. Variatie in werkvormen was er nauwelijks. De luisterles gold als belangrijkste vorm van kennisoverdracht. Pas in de zeventiger jaren kwam er, door o.a. de deelname aan het project Operatie Injectie en het Mastery-learning-project van het KPC, aandacht voor samenwerking binnen sectieverband, leerstofanalyse en variatie in werkvormen. Ook de verlengde brugperiode en het vrije leskeuze experiment dateren uit die tijd. Ontwikkelingen die op den duur vaak ook weer verwaterden of werden afgeschaft. De invoering in de jaren negentig van de basisvorming en de tweede fase met het daarbij gekozen onderwijsconcept waarbij de Z - uren cruciaal waren, leidden binnen de school tot discussies, die ook na ruim 10 jaar nog steeds niet zijn verstomd.

6. Leerlingenbegeleiding

In de jaren zestig nam één van de docenten met steun van de toenmalige rector het initiatief om bij de ouders van zijn leerlingen op bezoek te gaan. Daarmee startte een ontwikkeling, die de functie van klassenleraar/mentor meer inhoud probeerde te gegeven. Hiermee groeide ook de aandacht voor leerlingen die met problemen kampten. Naast decanen kwamen er op de duur leerlingbegeleiders, faalangstreductie trainers, remedial teachers en een begeleidster van autistische leerlingen. Ook werden er een psycholoog en een schoolmaatschappelijk werker aan de school verbonden.

7. Buitenlessen activiteiten

De eerste jaren was er weinig aandacht voor buitenles activiteiten. Behalve dat docenten er weinig oog voor hadden, kreeg in die periode van opbouw het onderwijs prioriteit. Toen na een aantal jaren deze activiteiten wel een plaats in de school verwierven, waren ze vooral gericht op de godsdienstige vorming van de leerling. Dagelijkse schoolmissen, wekelijks lof met preek, viering van kerkelijk hoogtijdagen en een missieclub waren de belangrijkste. Na verloop van tijd ontstonden er onder de vlag van de Academie binnen de school allerlei clubs, veelal voor sport maar ook voor bv techniek. Er werden culturele evenementen binnen gehaald en een enkele maal een toneelstuk opgevoerd. Na de tweede wereldoorlog zette die ontwikkeling zich door. Met het aanstellen van een coördinator voor de buitenles activiteiten kreeg dit aspect van het schoolleven de laatste decennia steeds meer body. Een goed functionerend leerlingenbestuur, schouwburgbezoek, Loop voor Koop, activiteitenweken, een uitwisselingprogramma met een school in Duitsland en een lezenswaardige schoolkrant zijn daar voorbeelden van.